Ga snel naar
Story 1: Kleine stappen, grote impact in Baardwijk
Ronald Broekaart is één jaar buurtondersteuner in Baardwijk. Een aandachtswijk met veel diversiteit, veel hoogbouw en bewoners die niet vanzelf op je afkomen. Veel hulpvragen, hoge kosten. Ronald: “Om problemen voorliggend te kunnen voorkomen, moet je eerst met de bewoners in contact komen. Dat doen we door present te zijn in de wijk. Het kost tijd om een duurzame relatie op te bouwen. Maar áls dat lukt, dan krijg je er heel veel voor terug.”
EEN COMMUNITY IN BAARDWIJK IS NIET ZOMAAR GEBOUWD
Na een jaar maakt Ronald de balans op. “Ja, we zijn present geweest en hebben veel contact gelegd. Met de TukTuk hebben we voor herkenbaarheid gezorgd. Die gaan we vaker inzetten. Juist ook op momenten dat het druk is in de wijk. We kunnen wel om tien uur ’s ochtends door de wijk lopen omdat de agenda dat toelaat, maar het is vooral in de middag en in de avond te doen in de wijk. Daarin moeten we flexibel zijn. ”Laatst nog kwamen er bewoners naar de TukTuk vertelt Ronald. “Die bewoners zeiden: ‘Wij vinden het fijn dat jullie er zijn. Ik ken mensen van wie ik weet dat ze niet uit zichzelf komen als jullie iets opzetten. Maar die neem ik dan mee. Zulke sleutelfiguren wekken vertrouwen. Met hen gaan we de banden aanhalen die sinds corona wat zijn weggeëbd.”
In contact
“Als we in contact met mensen zijn, kunnen we uitleggen dat ze met laagdrempelige hulpvragen bij ons terechtkunnen. Dat gebeurt steeds vaker. Mensen die je naar het wijkpunt doorverwijst en later op het sportveld weer tegenkomt. Kinderen die je vervolgens weer op school ontmoet. Door presentie creëer je herkenbaarheid.” Juist met die scholen zoekt Ronald nadrukkelijk contact. En via buurtsport. Ronald: “Via de kinderen komen we dan weer in contact met de ouders. In de wijk is men het er wel over eens dat er veel meer voor de kinderen moet gebeuren. Er zijn veel grote gezinnen, kleine flatjes. De uitdaging is om de ouders erbij te betrekken. Op het sporttoernooi op het Cruyff-veld afgelopen zomer lukte dat goed. Er werd volop gesport, de buurt zorgde voor hapjes.”


Op zoek naar verbinding
Een community is niet zomaar gebouwd. Daar is tijd voor nodig. Daar is aandacht voor nodig. Daar zijn mensen voor nodig. Ronald: “Wat we bij de Ontmoetingstafels van de Kansenfabriek zien gebeuren, is heel treffend. Daar komen mensen laagdrempelig samen. Ongedwongen, met gratis koffie, en na afloop gezamenlijk een kop soep. In het begin kwamen er alleen mensen uit de flat zelf. Maar tegenwoordig komen er ook mensen uit de wijk. Juist naar die verbinding waren we op zoek. We hebben zelfs een extra moment van de Ontmoetingstafel gecreëerd. Die was eerst alleen op vrijdag, maar nu ook op dinsdag. Vanwege het succes. Het begint ermee dat je de mensen bij elkaar brengt.”
Over vijf jaar
“Over vijf jaar? Dan wordt de Ontmoetingstafel door bewoners zelf georganiseerd”, droomt Ronald hardop. “En dan hebben we een Huis van de Wijk, dat door buurtbewoners wordt gerund. Waar mensen met grote en kleine hulpvragen binnenkomen. En waar wij dan direct kunnen helpen of doorverwijzen. Dan heeft Baardwijk een actieve community waar de mensen er voor elkaar zijn. En waar meer gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de wijk is. Waar je samen dingen organiseert, en élkaar aanspreekt in plaats van dat je direct naar de woningbouwvereniging of de politie gaat. Daar gaan we komende periode hard aan bouwen.”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Story 2: Soms is aanwezig zijn al genoeg
Soms is aanwezig zijn al genoeg om een verschil te kunnen maken. Presentie noemen we dat in vakjargon. En precies dat had de wandelgroep nodig. Helemaal toen de deelnemers zelf goed konden aangeven wat ze eigenlijk wilden, verbeterde de sfeer aanzienlijk. Sinds ruim twee jaar loopt sociaal werker Mirelle van Oversteeg iedere donderdagochtend mee met de groep. Mirelle: “Samen met de deelnemers hebben we de rust in de groep teruggebracht. En dat heeft veel nieuwe deelnemers opgeleverd.”
DOOR DUIDELIJKE AFSPRAKEN IS ER RUST GEKOMEN. DAT HAD DE GROEP NODIG
Toen Mirelle werd gevraagd de coördinatie van de wandelgroep op zich te nemen, ondervond ze in het begin wat weerstand van de leden. ‘Oh, hier is weer de zoveelste die iets komt vinden’. Mirelle: “Ik werd niet bepaald met open armen ontvangen. Ik zag wel een hechte groep, maar niet een groep die openstond voor buitenstaanders. Ook viel op dat een aantal mensen alleen naar de activiteit kwam voor de soep. Die wandelden helemaal niet mee, terwijl we toch echt een wandelclub zijn. En er werd ook wat geroddeld. Niet per se een heel fijne sfeer. Ik ben toen eerst een aantal keren mee gaan lopen en heb een enquête onder de deelnemers gehouden. Wat willen jullie? Waar lopen jullie tegenaan? Maar ook, wat vinden jullie dat wíj beter kunnen doen?”
Gegroeid naar 25 deelnemers
“Met de resultaten van de enquête zijn we samen aan de slag gegaan. In de eerste wandelingen hebben we een relatie met elkaar opgebouwd. En van daaruit zijn we op zoek gegaan naar de gemene delers. Wat willen de deelnemers zelf? Hoe kunnen we de sfeer verbeteren? Er bleek behoefte aan duidelijkheid. Daar hebben we op ingezet. We hebben bijvoorbeeld regels opgesteld. Uiterlijk 10.30 uur aanwezig. Wachten totdat iedereen terug is van de wandeling voordat we met de soep beginnen. Dat soort kleine dingen. Door die regels is er rust gekomen. Dat had de groep nodig. De groep is inmiddels gegroeid van tien naar 25 mensen, nu zitten we wel aan onze max.”


Zo ver zijn ze al
“Ik ben wel blij dat ik de ruimte heb gekregen om iedere week aan te sluiten”, vertelt Mirelle. “Dan vind je gemakkelijker de gemeenschappelijkheden en kun je als groep ook vooruit. De mensen voelen zich echt gehoord. We hebben laten zien dat we ook écht iets met hun opmerkingen hebben gedaan. Ik ben nu een volwaardig onderdeel van de wandelgroep. En als ik een keer niet kan, dan is dat geen probleem en lost de groep het vanzelf op. Zo ver zijn ze inmiddels al.”
Minder hard werken
Mirelle heeft in het begin sterk ingezet op de kracht en dynamiek van de groep zelf. Wat is er nodig om een goede sfeer neer te zetten? Waar ze in het begin vooral aan het opletten was of iedereen wel aansluiting vond, hoeft ze nu naar eigen zeggen ‘veel minder hard te werken’. “Vroeger stond de groep niet echt open voor nieuwkomers, tegenwoordig is het: ‘Oh leuk, een nieuwe, welkom’. Er is vertrouwen. Het eigenaarschap ligt volledig bij de groep zelf.”
Had ik dit maar eerder gedaan
Mirelle: “Bijna alle mensen in de groep komen voor de sociale contacten. Het bewegen is mooi meegenomen. Er zitten best wat mensen bij die alleen zijn, die nu zeggen: ‘Had ik dit maar een half jaar eerder gedaan. Ik heb weer een reden om uit bed te komen. Ik heb weer plezier’. Het is toch heel mooi dat we dat kunnen bieden. Er zijn echt mensen uit een dal gekropen door deze activiteit. En er zijn zelf contacten buiten de wandelgroep om. Dan hoor ik dat oma’s plaatjes van de supermarkt sparen voor hun kleinkinderen en bij elkaar op bezoek gaan om te ruilen. Of ze komen al om 10.00 uur naar de wandelgroep om plaatjes te ruilen. Wat een fanatiekelingen.”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Story 3: Van taal leren naar meedoen
Tien taalgroepen, drie taalcafés, 22 taalvrijwilligers, 230 deelnemers. Dat is ongeveer drie keer zoveel als aanvankelijk verwacht. Esther van den Wijngaert is één van de twee coördinatoren van de taalvrijwilligers. “Er is gewoon heel veel vraag en behoefte. Samen met vrijwilligers geven we in co-creatie onze taalondersteuning vorm, en hebben we een plan voor doorstroming bedacht.”
IEDEREEN MOET EEN KANS KRIJGEN DE TAAL TE LEREN
Het aantal uren taalles dat deelnemers krijgen om in te burgeren, volstaat vaak niet, legt Esther uit. “Dat is te weinig om hun taalniveau écht te verbeteren. Die deelnemers sluiten dan aan bij onze taalondersteuning. Maar de vraag is nu zo groot, dat er mensen op de wachtlijst staan. En we willen iedereen de kans bieden om de taal te leren.”
“Eén van de vrijwilligers kwam met het idee voor een uitstroomgroep. Die gaat straks samen met deelnemers kijken hoe ze verder in de maatschappij kunnen komen, aansluiting kunnen vinden, of bijvoorbeeld vrijwilligerswerk kunnen gaan doen. En hen zo op weg helpen. Sommige cursisten zitten hier al zeven jaar, die hebben het heel fijn, maar daar moeten we iets mee. De vrijwilliger heeft dat initiatief voor de uitstroomgroep zelf genomen en die rol gepakt. Waar nodig ondersteunen wij professioneel.”
Heel gemotiveerd
De taalondersteuning vindt op vier taalniveaus plaats, van A0 tot B1. Esther: “Om de doorstroom goed vorm te kunnen geven, hebben we veel contact met onze vrijwilligers. Als iemand niet mee kan bijvoorbeeld, en de hele groep daardoor vertraagt, dan kan er geswitcht worden. Of als de aanpak van een vrijwilliger niet werkt, dan schuiven we een deelnemer naar een andere groep. Deelnemers moeten niet te lang in een groep blijven hangen. We willen iedereen een kans bieden.” Samen met haar collega, coördineert Esther de groep vrijwilligers. “We zorgen voor de ondersteuning. We kijken wat ze nodig hebben aan spullen, trainingen. Er is wekelijks contact. Onze vrijwilligers zijn heel gemotiveerd. Als je ziet in wat voor bochten ze zich soms wringen om les te kunnen geven.”


Interactie
De vrijwilligers krijgen veel ruimte bij de inrichting van hun taalondersteuning, vertelt Esther: “Ze bepalen zelf de inhoud van de bijeenkomsten. Ze werken niet met vaste programma’s of methodieken. Ze kunnen zelf inbrengen wat ze denken dat nodig is. Wel is de Startkrant, een speciale krant voor mensen die moeite hebben met Nederlands lezen, vaak een leidraad in de bijeenkomst. Daarin staan actuele onderwerpen. Dan wordt gevraagd hoe de deelnemers een onderwerp beleven. Er ontstaan dan mooie gesprekken en interacties.”
Verbinding tussen culturen
Esther: “Je ziet dat er een vertrouwensband ontstaat tussen de deelnemers en de vrijwilligers. Het is veel meer dan alleen taalondersteuning. Ze gaan bij elkaar op kraambezoek, eten weleens samen. Laatst nodigde een deelnemer de vrijwilligers uit in de moskee, ter ere van de ramadan. Er ontstaan verbindingen tussen culturen. En de deelnemers groeien. Ze worden gemotiveerd, hun onzekerheid verdwijnt, ze worden gestimuleerd om stappen te zetten. Je ziet dat mensen elkaar op weg helpen. De vrijwilligers doen ontzettend waardevol werk. Zowel in de taal als in de verbinding die ze leggen.”
Sociale aspect net zo belangrijk
“Uiteindelijk hoop je dat mensen sterk genoeg zijn en weten wat hun kwaliteiten zijn en waar ze die in kunnen zetten”, besluit Esther. “Het begint met taal, maar het sociale aspect, de ontmoeting, is net zo belangrijk. Daarom verwijzen we deelnemers ook altijd naar de taalcafés of naar onze activiteiten in de wijkcentra. Iedereen is daar welkom, dat is een fijne plek voor extra ontmoetingen. In het buurtrestaurant koken Taalleerders bijvoorbeeld ook twee keer per maand voor bewoners, daarin werken we samen met de Kansenfabriek. We hebben zoveel mensen die graag voor anderen wilden koken, dat we zelfs met een tweede groep zijn gestart.”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Story 4: Wat klein begint, groeit door
Als beweegcoach probeert Ine van Liempd samen met haar collega Annika Jabroer de minder mobiele, seniore inwoners van de gemeente Waalwijk aan het bewegen te krijgen. Dat doet ze al jarenlang. En met succes, want in zowel Sprang Capelle, Waalwijk, als Waspik zijn tal van beweegclubs actief. Ine en Annika geven zelf geen les, maar verzorgen de coördinatie. Van wandelclubs tot jeu de boulesactiviteit van beweegclub tot stoelyoga. Ze stellen niet veel voorwaarden, maar één ding mag er nooit ontbreken: Koffie!
“HET BEGINT VAAK BIJ DE VRAAG VAN ÉÉN BEWONER”
“Koffie versterkt de activiteit”, begint Ine. “Al is het maar één keer in de week, op een vast moment. Voor sommige mensen is dat het uitje van de week. Als we de mensen in beweging krijgen en het sociaal gebeuren eromheen kunnen regelen, dan heb je al zoveel gewonnen.”
In de contacten met mensen ontstaan vaak de ideeën voor weer een nieuwe activiteit. “Drie jaar geleden kwam er een vraag bij ons binnen van een bewoner van Antoniushof. ‘Goh, Ine, ik zou graag ’s jeu de boulen’. Samen met de bewoner en een paar andere bewoners hebben we een jeu de boules activiteit opgezet. De bewoners zijn actief en regelen alles zelf. De gemeente zorgde een nieuwe baan. Nu is er wekelijks een grote club van zo’n tien man actief. Ze hebben zelf een hark gekocht, we hebben een scorebord. En na afloop drinkt de club gezellig iets bij Antoniushof. Vast prik. Dat begon bij de vraag van één bewoner.”
Volle bak bij stoelyoga
In hetzelfde Antoniushof komen tegenwoordig ook wekelijks zo’n vijftien bewoners samen voor de stoelyoga. Die wordt door een gecertificeerde docent gegeven. “Volle bak”, aldus Ine. “En ook die activiteit is vanuit de bewoners zélf ontstaan. Vier mensen die ik tegenkwam bij een andere beweegles vroegen of ik iets met stoelyoga kon regelen. Dat is helemaal hot. En toevallig was ik net benaderd door een stoelyogadocente. Even navraag gedaan in het netwerk, dat bleek een prima docente. Ik heb de spelbegeleidster bij Antoniushof aangesproken, en een week later konden we daar terecht. De deelnemers, allemaal 80+, zorgden weer voor andere deelnemers. En het leuke is, die zoeken elkaar ook buiten de activiteit op. Met oudjaar hebben ze samen nog een borrel georganiseerd.”


De wijk erbij betrekken
De stoelyoga is zo’n succes, dat er nu een wachtlijst is. Ine: “Er passen niet meer stoelen in de ruimte. Het liefst zou ik de wijk erbij willen betrekken en er een wijkactiviteit van maken. Dan bereiken we nog meer mensen. Daar zijn ze bij Antoniushof nu ook mee bezig. En ook na de stoelyoga is er, uiteraard, weer koffie. Een van de mooie dingen van mijn werk is dat je ook vriendschappen ziet ontstaan. Ik heb zelfs één mevrouw die haar beste vriendin in de stoelyoga-club heeft gevonden. Geweldig toch?”
Gelukkig op een eenvoudige manier
Ine: “We zetten beweging als middel in en laten zo de mensen met elkaar in contact komen. We richten ons vooral op de mensen die dat zelf niet meer zo goed kunnen of durven. Of die ons uit zichzelf niet weten te vinden. Die zoeken we op. Zo proberen we ook eenzaamheid tegen te gaan. In het begin vangen wij de signalen op. Vervolgens proberen we een goede activiteit samen te stellen en de lessen op een laagdrempelige manier aan te bieden en mensen bij elkaar te brengen. Niets mooier dan mensen samen op een eenvoudige manier gelukkig te zien. Dat is waar we voor staan.”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Story 5: Vertrouwen is de sleutel
Als de deur van het Eritrees inloopspreekuur op dinsdagmorgen om 09.00 uur opengaat in de BaLaDe, zitten al zo’n tien mensen te wachten. “Dat is iedere week zo”, vertelt coördinator Stedelijke Diensten in Waalwijk Ingrid van de Pol. Sinds ContourdeTwern een jaar geleden met het speciale inloopspreekuur is begonnen, is het topdrukte. Ingrid: “Het zou fijn zijn als we misschien naar twee keer per week kunnen gaan.”
Vijf wachtenden voor u! Drukte van belang op Eritrees spreekuur in BaLaDe
Ingrid heeft mee aan de wieg gestaan van het spreekuur. Het zijn de vrijwilligers van de taallessen die signaleren dat de behoefte van de Eritreese cursisten groter is dan alleen de taal leren. Ingrid: “Onze vrijwilligers merkten dat mensen steeds met dezelfde vragen terugkwamen; en dat een regulier taalaanbod eigenlijk onvoldoende was om de achterliggende vraag te beantwoorden. Veel van de cursisten waren analfabeet en hadden meer nodig. Toen zijn we in overleg gegaan met de gemeente, om te kijken wat we voor extra’s konden bieden. Zo zijn we eigenlijk op het Eritrees inloopspreekuur gekomen.”
Vertrouwen winnen
Iedere dinsdag van 09.00 tot 12.00 uur is het Eritrees spreekuur. Er is een tolk aanwezig. Die behandelt samen met vrijwilliger Kelly Kint [lees hier het verhaal van Kelly] de meest voorkomende vragen van de gemeenschap. Ingrid: “Iemand die de taal spreekt en de cultuur kent is heel belangrijk. In het begin merkten we dat mensen de week erop terugkwamen naar het spreekuur met exact dezelfde vraag. Wat bleek? Zij zijn helemaal niet gewend dat de overheid binnen twee uur het antwoord op een vraag heeft. Sterker nog, het wantrouwen naar de overheid is sowieso heel groot. Dat vertrouwen hebben we écht moeten winnen. Daar hebben we heel veel tijd in geïnvesteerd.” Een ander voorbeeld. In een brief van een instantie staat dat mensen geld terugkrijgen. Ingrid: “Zo’n brief zien we dan heel vaak terug op het spreekuur. Als iets betaald is, is het betaald. Dat kun je dat later niet meer terugkrijgen in hun optiek.” Om iets meer over de Eritrese cultuur te weten, hebben de vrijwilligers een training gehad.


Enthousiasme
Het overgrote merendeel van de ruim 1300 vragen die op alle inloopspreekuren in Waalwijk in 2025 zijn beantwoord, kwam uit de Eritrese gemeenschap. Dat ging om vragen van de zorgverzekeraar, IND, bank, huisarts, de bijstand… Ingrid: “In het afgelopen jaar zijn er al best wat stapjes gemaakt. Mensen komen goed voorbereid naar het spreekuur, met de juiste spullen. En ze helpen elkaar. Met de taal ook. We hebben een jonge dame die zelf Nederlands aan het leren is via Juffrouw Roos op internet. Die heeft heel veel mensen aangestoken met haar enthousiasme. Dat is heel mooi om te zien.”
Door de gemeenschap te helpen, hoopt Ingrid dat inwoners uit de schulden en de problemen blijven en dat ze een basisuitrusting krijgen om hier te kunnen wonen. “De jongere generatie leert het wel, daar ben ik niet bang voor. Maar we proberen vooral ook de oudere generatie een zachte landing en vertrouwen te geven. En we willen ze leren dat ze niet bang moeten zijn om hulp te vragen. Zodat ze aansluiting kunnen vinden en mee kunnen doen. Uiteindelijk wil je dat ze via scholing naar vrijwilligerswerk worden geleid, of naar een baan. En dat wat ze hier leren, ook over kunnen brengen op anderen zodat ze van elkaar leren.”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Story 6: Net dat stapje extra
Het is week één van de zomervakantie als Wilke Damen (coördinator Kinderwerk) op het Wijkpunt een Eritreese moeder met haar twee kinderen ontvangt. Ze komen voor een aanvraag van het sportfonds. Wilke: “Ik voelde direct dat dit gezin wel iets extra’s kon gebruiken in de vakantie. Ik heb heel nadrukkelijk op de verbinding met moeder ingezet. Met uiteindelijk een geweldig eindresultaat.”
MET OPRECHTE AANDACHT HET VERSCHIL MAKEN
Wilke herinnert het zich nog precies. “Het was het begin van de vakantie. Snikheet. Op het Wijkpunt komt een Eritrese mevrouw. Ik herkende haar, want ze was al eens eerder geweest. Nu kwam ze om het sportfonds voor de dansles van haar dochtertje aan te vragen. Ondanks dat ze de taal niet goed sprak, kwamen we met elkaar in gesprek. Aan alles merkte ik dat ze het zwaar had. Ze was zwanger en best vaak moe vertelde ze. Zo oogde ze ook. Het jongetje was onrustig, een beetje vervelend zelfs. De kinderen hadden zes weken vrij en er waren geen vakantieplannen legden ze uit. Dat beloofde een pittige vakantie te worden.”
Van Wijkpunt naar Zomerprogramma
“Toen ik vroeg of ze van ons zomerprogramma BinnensteBuiten had gehoord, schudde ze haar hoofd. Ik pakte het foldertje erbij: even rustig samen zitten. Het dochtertje kroop dicht tegen me aan. Ik merkte aan alles dat het programma niet bij mevrouw doordrong. De teksten in de folder waren te lang. Je zag haar afdwalen. Dan maar via de kinderen: die spraken beter Nederlands. Toen ik hen vroeg om ze zin hadden in de bingo- en knutselmiddag van het zomerprogramma, begonnen die gezichtjes meteen te stralen. Nu moeder nog overtuigen… Ik heb echt de tijd voor haar en de kinderen genomen: mijn telefoonnummer gegeven, de belangrijkste gegevens van de knutsel- en bingomiddag op een papiertje gezet, tijd, adres. Op zo’n moment voel je dat er meer nodig is dan een foldertje.”


Drempels weghalen
“Op de dag van de bingo zie ik haar in de verte aankomen. Dat maakt je wel blij hoor. Ze kwam meteen naar me toe, dan merk je hoe belangrijk die persoonlijke contacten zijn. Ze bedankte me nogmaals voor de uitnodiging; ze had mijn A4’tje met alle informatie erop meegenomen. Een paar minuten laten hoor ik haar bellen. Blijkt dat ze een vriendin vraagt om óók naar de bingomiddag te komen. En jawel hoor, even later schuift die ook aan met twee kinderen, en nog een baby op de arm. Nederlandse moeders hielpen met de bingokaarten, er werd gelachen, er waren prijsjes. Uiteindelijk heeft iedereen een superleuke middag gehad. Dat merkte je aan alles.”
“En de week erop kwamen moeder, twee vriendinnen en alle kinderen gezellig naar de knutselmiddag. Wederom een heel gemêleerd gezelschap. Als je de activiteiten heel laagdrempelig organiseert en toegankelijk maakt dan heeft een heel grote groep bewoners daar plezier van. Je ziet de kinderen lachen en blij naar huis gaan. En de moeders dus ook. Er worden contacten tussen bewoners gelegd. Die mensen komen elkaar later weer tegen op school of in de wijk; op allerlei vlakken worden er verbindingen gemaakt. Met oprechte aandacht kun je soms het verschil maken. En als dat dan zo’n mooi vervolg krijgt, word ik daar heel gelukkig van.”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Story 7: Vertrouwen vóór hulp
Als buurtondersteuner is Job van der Gouw veel in de wijk te vinden. Als bekend gezicht is hij aanspreekpunt voor bewoners met vragen. Maar ook als bewoners niet vanzelf het gesprek aangaan, blijft Job aanwezig. Door er ‘gewoon’ te zijn, kan langzaam vertrouwen ontstaan. En dat blijkt vaak van grote waarde.
TIJD NEMEN OM NABIJ TE ZIJN
Toen hij voor het eerst in beeld kwam, was hij vooral stil. Terughoudend. Moeilijk te bereiken. Een jonge man met een Syrische achtergrond, die weinig mensen toeliet in zijn leven en nauwelijks sprak over wat hem bezighield.
Via zijn ouders – die ik al kende vanuit mijn werk als buurtondersteuner in Zanddonk – ontstond het eerste, voorzichtige contact. Geen intake, geen hulpvraag. Gewoon een kop koffie aan de keukentafel.
Vertrouwen groeit langzaam
In de maanden die volgden, kwam ik regelmatig langs. Vaak zonder concreet doel. Aanwezig zijn, luisteren, vertrouwen opbouwen. Juist door niets af te dwingen, ontstond langzaam ruimte. De gesprekken werden opener. Het vertrouwen groeide.
Op een gegeven moment voelde hij zich veilig genoeg om te delen wat er écht speelde: een lopende rechtszaak, grote schulden en zorgen over zijn gezondheid. Problemen die al langer speelden, maar waarvoor hij hulp op afstand hield.


Op tijd zien wat nodig is
Dankzij de vertrouwensband konden we samen kijken wat helpend zou zijn. Niet door het over te nemen, maar door naast hem te blijven staan. Omdat hij zélf het initiatief nam om stappen te zetten, kon ik gericht schakelen met andere professionals.
Inmiddels zijn Team Geldzorgen en een maatschappelijk werker betrokken. Er is structurele ondersteuning op meerdere leefgebieden en er ligt perspectief om verder te werken aan herstel.
Verbinden in plaats van overnemen
Dit verhaal laat zien hoe belangrijk vertrouwen is in het sociaal werk. Zonder tijd, geduld en nabijheid was deze jonge man waarschijnlijk buiten beeld gebleven. Juist door langdurig aanwezig te zijn, kon ik een brug slaan tussen hem en het professionele netwerk.
Mijn rol was niet om het probleem op te lossen, maar om te signaleren, te verbinden en te versterken – zodat de juiste hulp op het juiste moment in beweging kwam.
Dat voorkomt escalatie én vergroot de kans op duurzaam herstel.t
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Ervaringsverhaal 1: Ervaring wordt kracht
“Vrijwilligerswerk? Dat is soep inschenken voor oude mensen. Niks voor mij.” Tegenwoordig weet Kelly Kint wel beter. Bijna een jaar werkt ze als vrijwilliger bij het Eritrees spreekuur in het Wijkpunt in de BaLaDe. En dat bevalt iedereen zo goed, dat ze zelfs een contract voor vier uur per week binnensleepte. “Iedere keer als ik hier wegga, heb ik het gevoel dat ik iets goed heb gedaan.”
HET BEGIN VAN EEN NIEUW BEGIN
Kelly komt van ver. Als ze in 2018 met haar kinderen op de stoep komt te staan na een scheiding, staat ze er alleen voor. “Ik heb negen maanden van hot naar her gezworven en heb alles zelf moeten uitzoeken. Maar daardoor ben ik wel sterker en zelfstandiger geworden. Ik heb me in de sociale vraagstukken en alles wat erbij komt kijken verdiept. Die ervaring zet ik nu voor anderen in. Iedere keer heb ik toch het gevoel dat ik iets goed heb gedaan, en dat goede gevoel neem ik dan mee naar huis.”
Met mijn oren klapperen
Kelly is alleenstaande moeder met twee thuiswonende zoons. Haar twee dochters zijn inmiddels het huis uit. “Mijn jongste zoon heeft autisme. Die gaat naar speciaal onderwijs en heeft veel begeleiding nodig. Na jaren intensieve zorg en er alleen voor staan, werd het me te veel; het was een opeenstapeling van alles. Toen kwam ik in de ziektewet, en vanuit daar ben ik in de WW terechtgekomen. Via de gemeente ben ik toen bij ContourdeTwern terechtgekomen. Mijn eerste gesprek was met Ingrid, de vrijwilligerscoördinator. Zij legde me uit wat voor vrijwilligerswerk er allemaal was. Ik stond met mijn oren te klapperen.”
Meteen een klik
Kelly start via Ingrid bij het Wijkpunt terecht. “Op het spreekuur in het Wijkpunt komen mensen met allerlei hulpvragen. Daar kwam mijn ervaringsdeskundigheid goed van pas. Ik weet hoe het is om dingen uit te zoeken. Later vroegen ze me voor het Eritrees spreekuur. Ik voelde meteen een klik met die mensen. Ingrid heeft me toen gevraagd dat spreekuur vast te gaan doen. Dat voelde heel goed voor mij.”


Zonder vooroordelen
Toen Kelly als vrijwilliger begon, had ze niet veel zelfvertrouwen. “Ik heb altijd een slecht zelfbeeld gehad. Maar hier haal ik veel energie en voldoening uit. De mensen zijn gewoon heel blij dat ik er ben en dat ik voor hen aan de slag ga. Je ziet de opluchting als ze geholpen zijn. Dat gevoel herken ik heel goed. En je ziet ook mensen zelf dingen gaan oppakken en leren. Heel mooi om te zien.”
Motivatie
Of het nou tienermoeders zijn, gezinnen die in de schuldsanering zitten, of Eritreeërs… Kelly helpt ze allemaal even graag. “Ik weet vaak de ingangen. Van heel veel instanties inmiddels. Van de IND wist ik in het begin niets, maar daarvan weet ik inmiddels ook hoe het werkt. Als ik dan iets heb uit moeten zoeken, weet ik het voor de volgende keer.” De instanties aan de andere kant, krijgen met een goed gemotiveerde en geïnformeerde Kelly te maken.
Mes snijdt aan twee kanten
Kelly vindt het leuk om het leven van anderen weer op de rails te krijgen en hen daarmee betere zin te geven. Wat haar betreft mag er meer ervaringsdeskundigheid worden ingezet. “Dat werkt natuurlijk twee kanten op. Voor de doelgroep die het gaat ontvangen, maar ook voor de ervaringsdeskundigen zelf. Ik merk aan mezelf dat ik de afgelopen tien jaar het beste kan verwerken en achter me kan laten door mijn kennis en ervaring voor anderen in te zetten. Ik hoop dat mijn vier uren contract nog wordt uitgebreid. Zodat ik straks, als ik uit de WW ben, voor mezelf kan zorgen. Ik heb niet veel nodig.”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
Ervaringvershaal 2: Meedoen maakt het verschil
Het tweedehandskledingwinkeltje van Ed en Kadriye bestaat nog geen jaar. Toch zijn ze in hoofd al bezig met de volgende stap. Een grotere winkel misschien? Op meerdere locaties? Het typeert hun ondernemersdrift. Maar zover is het nog niet. Eerst willen ze nóg meer klanten naar hun winkeltje krijgen. “Het is fijn om anderen te kunnen helpen. Daar krijg je zelf ook een goed gevoel van.”
ED EN KADRIYE BLOEIEN HELEMAAL OP IN HUN TWEEDEHANDS KLEDINGWINKEL
Maandagmorgen, bijna twaalf uur, de zon schijnt. De rekken met tweedehandskleding van Eds winkeltje worden naar buiten gereden vanuit wijkcentrum Bloemenoord. “Zo, het weekend zit erop”, zegt Ed. Tegenwoordig heeft Ed weer een weekend, want doordeweeks is hij vier dagen in zijn winkeltje te vinden. Een winkeltje waar mooie tweedehandskleding verkrijgbaar is, tegen spotgoedkope prijzen. Ed en Kadriye runnen het winkeltje. “De vrolijkheid hier komt op me af.”
Opbloeien
Ed wordt 14 jaar geleden volledig arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Ondanks dat ie volgens verwachting nooit meer zou kunnen lopen, huppelt hij vrolijk rond bij Bloemenoord. “Ik moest tijdens het revalideren met krukken lopen, maar die heb ik weggegooid. ADHD he…” Ed is al jarenlang vaste klant bij Bloemenoord. Hij kookte als vrijwilliger met kinderen, voor ouderen. Hij gaf knutselworkshops. Kadriye is alleenstaand, heeft vier thuiswonende kinderen en lijdt aan fybromyalgie, waarschijnlijk veroorzaakt door trauma’s uit haar verleden. Vanwege de fybromyalgie heeft ze chronische spierpijn en is ze vaak moe. Via de Baanbrekers, het leer-, werk- en mensontwikkelbedrijf van de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk kwam ze bij wijkcentrum Bloemenoord terecht. Daar bloeit ze op.


Wereld stap voor stap groter
In hun winkeltje vinden ze elkaar helemaal. Het winkeltje is van maandag tot en met donderdag van 12.00 tot 15.00 uur geopend. Kadriye is van Turkse origine. Ze is heel blij dat ze na jaren binnen zitten eindelijk weer eens onder de mensen komt. Ze leert met mensen omgaan en contact te maken met anderen. Haar wereld wordt stapje voor stapje groter. Ze kookt ook een keer in de week in de BaLaDe: “Voor mij is het ook belangrijk om de taal goed te leren. En ik ben blij dat we er voor de mensen uit de buurt zijn die kleding nodig hebben.” Ed heeft eindelijk weer een project waarin hij kan stralen. “We doen het echt ook voor de mensen die het wat minder hebben. Het is fijn om andere mensen te kunnen helpen. Mensen moeten echt het gevoel hebben: we kopen iets leuks hier. Daar krijg ik dan weer een goed gevoel van.”
Stellen mensen op hun gemak
Ed: “We hebben hier in Bloemenoord een deelkast, waar mensen die het niet breed hebben spullen komen halen. Dat is een succes. De zakelijk leider van Bloemenoord, Mary, kwam met het idee ook een winkeltje op te zetten met goedkope tweedehandskleding, waar mensen uit de buurt met een kleine portemonnee mooie kleding kunnen kopen. Binnen no time hadden we het staan. Een collega bracht kleding mee, toen nog een, en nog een. Sinds acht maanden zijn we open. We zijn heel laagdrempelig. We stellen de mensen op hun gemak. Het is al een stap voor de mensen om naar binnen te komen. Bij ons draait het niet om het geld. Het geld dat we met het winkeltje verdienen gaat naar het goede doel. Mooi toch?”
Benieuwd naar meer verhalen? Scroll verder of klik hier
