Corona-PROEF terug naar overzicht

Een van de vrijwilligers uit Oisterwijk, schreef haar positieve ervaringen op in corona-tijd. Een verhaal wat veel mensen steun kan geven. En te mooi om niet te delen. Wat een mooi talent heeft zij!

Het verhaal van Marloes; 32 jaar.


Aan het begin van 2020 bevond ik mij met één half been in de wereld. 

Ik was net verhuisd naar Oisterwijk, worstelde met een flinke burn-out en het lukte maar niet om mijn leven hier op te pakken. Ik had geen enkel vertrouwen in mezelf of anderen en ik voelde me zo kwetsbaar dat alles buiten mijn voordeur een reële bedreiging leek.  

Sociale situaties waren een opgave die ik nauwelijks te boven kwam. Ik kon niet meekomen.

Vaak had ik vóór de middag de dag al opgegeven, de gordijnen weer dichtgetrokken om wanhopig onder een dekentje op de bank te verdwijnen. Ik voelde me totaal mislukt.

En toen kwam corona.. 

De wereld ging op slot en stopte met draaien.

Werken op locatie, sporten, sociale aangelegenheden en vrijwel alle vormen van (vrije)tijdsbesteding werden stilgelegd. Daar werd míjn wereld niet veel kleiner van. Wel overzichtelijker.  

Overal hoorde ik van mensen hoe moeilijk ze het vonden om de hele dag thuis te moeten zitten; om niet zomaar even ergens naartoe te kunnen, zich eenzaam te voelen, bang te zijn om zich tussen de mensen te begeven. Om hun dagelijkse structuur te moeten vormgeven- en behouden; koortsig op zoek naar bezigheden om maar niet aan zichzelf en het niks ten onder te gaan.  

Om dagen niemand te zien of spreken. Voor veel mensen was dit het einde van de wereld. Voor mij al jaren de dagelijkse realiteit. En voor het eerst voelde ik me gesteund in mijn worsteling. 

Nooit eerder werden gevoelens van eenzaamheid en angst zó massaal beleefd en gedeeld. Opeens was iedereen slachtoffer van het “eenzaamheidsvirus” dat zich met corona wereldwijd had verspreid. We waren verbonden in eenzaamheid en die verbinding was voelbaar.  

Niet langer behoorde ik tot die worstelende minderheid die ongezien door het leven ging, en ineens bevond ik mij aan de andere kant van de streep. Waar veel mensen versomberden onder dit ongekende isolement (en de overheersende focus op wat er vooral níet meer kon), voelde ik me gesterkt door de ervaring dat ik in deze omstandigheden wél overeind kon blijven.

Sterker nog, ik gedijde in die eerste maanden.  

Gek genoeg voelde ik me totaal niet geïsoleerd. Ik voelde me juist enorm bevrijd, want ik hóefde niks meer! Ik hoefde nergens naartoe. Geen sociale situaties waar ik mezelf moest laten zien, geen verplichtingen, sociale normen en verwachtingen die ik toch niet kon waarmaken.  

Het was een omgekeerde wereld. De buitenwereld waar ik zo vervreemd van was had zich vervormd tot de wereld die ik kende. De lockdown en deze nieuwe “anderhalvemetersamenleving” hadden een hoop sociale struikelblokken uit de weg geruimd en daarmee mijn gevoel van isolement opgeheven. De druk viel weg, en dat maakte de weg vrij voor mijn vrije wil. 

Opeens had ik de mogelijkheid - en het excuus - om vanaf een afstandje contact te hebben met anderen. Thuis in mijn eigen omgeving, vanachter het scherm van mijn laptop of mobiel, hoefde ik niet bang te zijn voor de dreiging van buiten. Dat gaf mij de veiligheid om te oefenen; om ook op moeilijke dagen, als ik me bang, verdrietig en kwetsbaar voelde, de verbinding met anderen aan te gaan. Om mezelf te laten zien. En mijn baaldag ook.

Zo vond ik in die eerste maanden een stukje zelfvertrouwen terug en ik leefde helemaal op! 

Ik dacht dat ik mezelf prima alleen kon redden in lockdown. Maar ook ik ontkwam uiteindelijk niet aan de “huidhonger”. 

Mijn lijf gilde om aangeraakt te worden! Ik wist niet dat dat kon. 

Nooit eerder heb ik me zó alleen en bedreigd gevoeld in mijn bestaan. Een existentiële wanhoop, zo groot, ik dacht dat ik erin zou verzuipen. Het is alsof je scheurt van binnen; je in je eigen leegte dreigt te verdwijnen en worden vastgehouden de enige manier is om te kunnen blijven bestaan.  

Het is die allereerste behoefte; de behoefte aan verbinding en contact.

Nu pas voelde ik wat ik al jaren miste en wat ik zo hard nodig had.

Ook het contact vanuit huis en via beeldschermen begon me tegen te staan. Ik miste de verbinding, en voor het eerst was het verlangen sterker dan de angst! 

Ik had het gevoel dat niemand op mij zat te wachten, en die overtuiging was allesbehalve helpend om op zoek te gaan naar het tegendeel. Maar nu iedereen thuiszat en de behoefte aan contact zo letterlijk en door zoveel mensen werd uitgesproken, vond ik de bevestiging die ik nodig had om de stap te wagen; om vrienden en familie bij me uit te nodigen en op mijn beurt weer vaker bij hen langs te gaan.  

Door de coronamaatregelen kon ik het contact zelf regisseren. Mensen en situaties waar ik niet op zat te wachten hield ik moeiteloos buiten de deur door te zeggen dat ik ‘voorzichtig’ wilde zijn om besmetting te voorkomen. Daar was geen woord aan gelogen en het werd direct door iedereen geaccepteerd. Ook stond er niemand meer onaangekondigd op de stoep, alles ging in overleg.  

Ik kon zelf bepalen wie ik binnenliet en waar ik binnenging. Dat gaf mij een gevoel van controle terug, waardoor ik stap voor stap en in mijn eigen tempo kon oefenen om mezelf en mijn huis weer open te stellen voor anderen.  

En wat doe je als je nergens heen kunt en de hele dag tegen de muren aan zit te kijken? Dan zorg je dat het weer leuk wordt om die muren te zien! Heel Nederland stuitte op dit idee en sloeg massaal aan het klussen. Ik ook.  

Ik bood aan om vrienden en familie te helpen met schilderen. Dit was voor mij dé gelegenheid om uit mijn comfortzone te stappen en die van anderen binnen te gaan. Om al schilderend hun warmte en gezelligheid over me heen te laten komen en te voelen dat ik welkom was.  

Het beangstigde én verraste me keer op keer. 

In twee maanden kwastte ik meer dan honderd vierkante meter. En ook mijn innerlijk veranderde van kleur. In mij groeide het vertrouwen in mezelf, en door de positieve reacties die ik terugkreeg ook het vertrouwen in anderen. Ik durfde te vertellen over de dingen waar ik trots op ben, en alles waar ik keihard tegenaan loop. Het contact verdiepte zich, en de verbinding waar ik zo bang voor was, werd een verrijking.  

En zelfs het door zovelen gehate mondkapje bracht mogelijkheden!  

Mensen protesteerden ertegen, vonden het vreselijk om dat ding te moeten dragen! Ik wist niet beter dan dat ik een masker droeg. Ik droeg het al jaren; een klein lachje. Een kuiltje in mijn mondhoek, precies groot genoeg om er al mijn verdriet, onzekerheid en andere kwetsbaarheden in te verbergen. Zonder mijn lachje was ik nergens. Ik lachte áltijd. 

Op een dag zat ik in de bus na een moeilijk gesprek. Mijn oude gewoonte zei me te lachen, maar het voelde zo verkeerd! En toen ontdekte ik hoe fijn dat mondkapje was; ik hóefde helemaal niet te lachen! Ik kon me laten zien zoals ik was want er was niemand die het kon zien.  

En voor het eerst in jaren durfde ik mijn masker af te zetten en mijn mondhoeken te laten zakken. Wat een verademing! Verstopt achter de plooien van mijn mondkapje kon ik oefenen met gewoon mezelf zijn.  

Na een tijdje durfde mijn gezicht mijn stemming weer te volgen en daarmee ging er een nieuwe wereld – dé wereld – voor me open! 

Ik durfde mezelf weer te laten zien zonder bang te zijn wat anderen ervan zouden vinden. 

Gewoon chagrijnig door de supermarkt te stampen, zonder wederwens of ‘goeiedag’.  

Buiten te wandelen met de zon op mijn tranen, hand in hand met mijn verdriet. 

Eindelijk had ik de buitenwereld overwonnen! Mijn kwetsbaarheid - IK - mocht er weer zijn.  

Ik had het geluk dat de coronamaatregelen –en de omstandigheden die eruit voortkwamen een positieve- en dubbele uitwerking hadden op mijn leven.   

Het beschermde me tegen het coronavirus en tegelijkertijd hield het die wereld op afstand waarin ik niet mee kon komen. Het heeft me een gevoel van veiligheid teruggegeven dat voorheen onvindbaar leek. Door die veiligheid kon ik groeien.  

In de afstand vond ik de ruimte om weer dichtbij te kunnen komen.